Programma
De volledige opleiding bestaat uit een theoriegedeelte (27 ECTS) en een stageperiode (33 ECTS). Het theoriegedeelte en de stageperiode vormen samen een deeltijdopleiding van tweeënhalf jaar.
Het theoriegedeelte
Het theoriegedeelte bestaat uit vier blokken
Eerste jaar: blok 1 en 2
In blok 1 (10 ECTS) wordt de basiskennis van de epidemiologie en biostatistiek behandeld die nodig is om zelf een onderzoek op te zetten en uit te voeren, dan wel onderzoek van anderen te beoordelen. Het blok omvat de volgende cursussen:
V01: Epidemiologisch onderzoek: opzet en interpretatie (4 ECTS)
V02: Principes van epidemiologische data-analyse (3 ECTS)
V03: Klinimetrie: het ontwikkelen en evalueren van meetinstrumenten (3 ECTS).
Elke cursus van dit blok wordt afgesloten met een schriftelijk (open boek)tentamens.
In blok 2 (4 ECTS) komen de verschillende onderdelen van een onderzoeksvoorstel (vraagstelling, meetmomenten, meetinstrumenten, procedures) aan de orde in de cursus:
V04: Praktische epidemiologie: opzetten van een onderzoek (4 ECTS).
Tussen de cursusdagen door schrijven de cursisten zelf aan hun eigen onderzoeksvoorstel. Dit onderzoeksvoorstel kan dienen als uitgangspunt voor het uitgebreide onderzoeksprotocol dat aan het begin van de stage moet worden geschreven.
Het tweede blok wordt afgesloten met een beoordeling van het onderzoeksvoorstel, een presentatie en mondelinge en schriftelijke peer review.
Tweede jaar : blok 3 en 4
Blok 3 (5 ECTS) omvat de belangrijkste statistische en computerondersteunde technieken die nodig zijn bij de data-analyse van een onderzoek. Zowel de lineaire- als logistische regressie, alsmede survival analyse worden behandeld in de cursus: V05: Regressietechnieken (5 ECTS).
Dit derde blok wordt afgesloten met een tentamen dat bestaat uit een schriftelijke en praktisch gedeelte (T05).
Blok 4 (8 ECTS) omvat inhoudelijk verbredende en methodologisch diepgaander cursussen, namelijk:
V06: Epidemiologie van ziekten (2 ECTS)
én drie methodologisch geavanceerde keuzecursussen (min 6 ECTS in totaal) met in het cursusjaar 2012 keuze uit:
K71: Systematische reviews en meta-analyse (2 ECTS)
K72: Doelmatigheidsonderzoek: methoden en principes (2 ECTS)
K73: Longitudinale data-analyse (3 ECTS)
K74: Multilevel analyse (2 ECTS)
K77: Statistics for genomic data-analysis (2 ECTS)
K78: Kwalitatief onderzoek in de praktijk van de gezondheidszorg (2 ECTS)
K79: Decision modelling (cursus in ontwikkeling) (2 EC)
K80: Klinische predictiemodellen (2 EC)
Elke cursus van het vierde blok wordt afgesloten met een tentamen.
Het aanbod aan keuzecursussen kan variëren per cursusjaar, het is aan te raden om u hierover bij de planning van uw opleiding te laten informeren.
Een korte beschrijving van de inhoud van de cursussen van het theoriegedeelte vindt u op deze website.
Hier staat naast de inhoud van de cursus ook informatie over het programma, de leerdoelen, literatuur en het cursusmateriaal.
Bij alle computerpractica van de cursussen wordt gebruik gemaakt van het statistisch sofware pakket SPSS. Voor cursisten die geen ervaring hebben in het werken met statistische software, bestaat de mogelijkheid om de cursus Inleiding SPSS (R01), als extra cursus, te volgen.
De stageperiode
De stage heeft een omvang van 33 ECTS, wat overeenkomt met ongeveer 6 á 7 maanden fulltime stage lopen. In de opleiding wordt uitgegaan van 16 maanden parttime stage lopen indien de stage gecombineerd wordt met andere (klinische) werkzaamheden. De stage vangt in principe aan op 1 februari van het tweede jaar van de opleiding.
De stage bestaat uit 6 onderdelen:
1. Schrijven van een onderzoeksprotocol
2. Data verzamelen of prepareren data-bestand
3. Analyseplan schrijven
4. Data analyse
5. Schrijven artikel
6. Peer review geven
Tijdens de stage worden vier terugkomdagen georganiseerd. De student is verplicht om bij minimaal 3 van de 4 terugkomdagen aanwezig te zijn. Tijdens de terugkomdagen wordt aandacht besteed aan het houden van presentaties (opbouw van een presentatie, presenteren, beoordelingscriteria) en het schrijven van een wetenschappelijk artikel (opbouw van het artikel, peer review proces, beoordelingscriteria voor peer review). Tevens wordt tijdens de terugkomdagen dieper ingegaan op toekomstige taken van een epidemioloog, zoals advisering over epidemiologisch onderzoek (consultatie), het geven en ontvangen van feedback (begeleiden), schriftelijk en mondelinge communicatie met vakgenoten en leken en omgaan met de media. Voor het onderwijs tijdens de terugkomdagen worden verschillende gastdocenten die deskundig zijn op genoemde gebieden uitgenodigd.
De voortgang van de stages wordt besproken op basis van presentaties van de studenten. Iedere student houdt op tenminste één van de dagen een presentatie over de voortgang van zijn onderzoek, waarin de stand van zaken wordt belicht en eventuele knelpunten worden besproken. Alle studenten worden in staat gesteld inhoudelijke of organisatorische problemen te bespreken waar ze tijdens de stage tegen aan lopen (bv. ten aanzien van data verzameling of analyse). Studenten worden gestimuleerd elkaar feedback te geven.
Er zijn drie mogelijkheden voor het vinden van een stageplaats:
1. De stage kan plaats vinden op de eigen werkplek. Dit is alleen mogelijk indien de begeleiding op de werkplek voldoet aan de gestelde criteria (zie hieronder), en er minimaal 2 dagen per week tijd aan het onderzoek besteed kan worden;
2. De stage kan plaats vinden bij het EMGO Institute for Health and Care Research (EMGO+ Instituut). Afhankelijk van achtergrond, interesse en aanbod wordt in overleg met de stagecoördinator een stageplaats uitgekozen.
3. De student kan in overleg met de stagecoördinator een stage elders zoeken. De opleiding heeft contact met diverse onderzoeksinstituten (bv. TNO, NIVEL, RIVM) en gezondheidsdiensten (bv. GGDs) die stageplaatsen (inclusief begeleiding) beschikbaar stellen. Afhankelijk van de achtergrond en interesse van de student wordt door de stagecoördinator contact gelegd met een stage-instelling;
Tijdens de stage wordt de student begeleid door twee begeleiders: een lokale stagebegeleider en een stagebegeleider vanuit de opleiding. Beide stagebegeleiders zijn gepromoveerde onderzoekers, bij voorkeur geregistreerd als epidemioloog. De lokale begeleider is veelal de begeleider die vanuit de eigen werkplek het onderzoek begeleidt. De stagebegeleiders vanuit de opleiding zijn gepromoveerde senior onderzoekers van de afdeling epidemiologie & biostatistiek (E&B) of van andere afdelingen die aangesloten zijn bij het EMGO Institute for Health and Care Research (EMGO+).
Voor aanvang van de stage vindt er een gesprek plaats tussen de student en de beide stagebegeleiders. In dit gesprek worden afspraken gemaakt over taakverdeling en verantwoordelijkheden. Beide stagebegeleiders worden in principe coauteur van het artikel. De afspraken worden vastgelegd in de stageovereenkomst.
De stage wordt afgesloten met het schrijven van een Engelstalig wetenschappelijk artikel dat aangeboden kan worden aan een peer reviewed wetenschappelijk tijdschrift, een mondelinge eindpresentatie en het geven van peer review op het artikel van een andere student.
Registratie als epidemioloog
De Masteropleiding Epidemiologie is een erkende opleiding epidemiologie. De opleiding voldoet aan de eindtermen die gelden voor registratie als epidemioloog A, mits er geen deficiënties bestaan in de vooropleiding van de student.
Met name op het gebied van de eindterm "Kennis van ziekte en gezondheid" kunnen niet-artsen mogelijk een deficiëntie hebben. De beoordeling of er sprake is van deficiënties in de vooropleiding wordt gedaan door de Commissie Toezicht en Beoordeling van de VvE. Het is raadzaam om voor aanvang van de opleiding dit ter beoordeling voor te leggen aan de CTB. Eventuele deficiënties kunnen dan, bij voorkeur voor aanvang van de opleiding, worden weggewerkt.
Meer informatie over de registratie als epidemioloog is op de website van de VvE, www.epidemiologie.nl .